Stel u eens voor, Lamech de vader van Noach [1] die tegen Adam zegt: 'Adam, vertel me nog eens hoe het was om met God te praten in de Hof van Eden, voor dat jullie van de verboden vruchten aten'? Fictief? Ja! Maar het is een gesprek dat wel degelijk plaats had kunnen vinden.
Als we naar de stambomen kijken die in Genesis staan beschreven dan zien we dat Adam pas stierf nadat Lamech al 56 jaar oud was. [2] (zie de tabel). En wat te denken van Abraham die tegen Shem zegt: ‘Vertel me nog eens hoe je samen met je vader Noach en je broers de Ark hebt gebouwd? En hoe was het om een jaar lang op de ark te leven met alle dieren die God had gestuurd?’ Weer een gesprek wat heel goed plaats heeft kunnen vinden. Shem stierf pas toen Abraham 150 jaar oud was (Abraham werd 175 jaar oud). [3], [4]
De Bijbel is uiterst nauwgezet in het weergeven van de leeftijden van de aartsvaders. Het vertelt hoe oud ze waren toen hun eerste kind (of het kind in de Messiaanse afstammelingenlijst) werd geboren, hoe lang ze daarna nog leefden en hoe oud ze waren toen ze stierven. [5], [6]
Met behulp van eenvoudige rekenkunde en de Bijbel kan dus nauwkeurig het geboortejaar, leven en dood (uitgedrukt in het jaar van de wereld [red.1]) van de aartsvaders bepaalt worden. De Bijbel vertoont hierin geen enkel hiaat.
Dus Adam, die is geschapen op de zesde dag van het eerste jaar en stierf in 930 AM, kan met al zijn nazaten gesproken hebben tot en met Noach zijn vader, Lamech, die werd geboren in 874 AM. Noach zijn zoon Shem, geboren in 1558 AM, kan met al zijn nazaten gesproken hebben tot en met Abraham die werd geboren in 2008 AM. [3] De datum van de zondvloed kan op die manier ook nauwkeurig worden bepaald. Genesis 7:6 zegt: ‘En Noach was 600 oud toen de vloed op de aarde was.’ Als we even in de tabel kijken dan zien we dus dat de zondvloed plaats had in 1656 AM, 352 jaar voor dat Abraham geboren werd.
Opvallend is dat Shem († 2158 AM) en Eber († 2187 AM) alle andere aartsvaders tot Abraham overleefden. Geen wonder dat in het tijdperk van de aartsvaders de Israëlieten Semieten of Hebreeërs genoemd werden.
Zijn er hiaten?
Sommige christenen zeggen (of hebben gezegd) dat er hiaten in deze bijbelse genealogie zit. De reden hiervoor, misschien goed bedoeld, is om te proberen om het bijbelse tijdpad daarmee uit te rekken, om op die manier voor een deel aan de seculiere geologie en archeologie tegemoet te komen. Echter er zitten geen hiaten in de Genesis Genealogie. Ze zijn geschreven om waterdicht te zijn! Gods woord is waar en kent geen onvolkomenheid.
Is het verslag van de Bijbel nauwkeurig?
Er staan 11 verzen in Genesis, die zeggen: ’Dit zijn de generaties [Hebrew toledoth = ‘ontstaan’, ‘historie’ of ‘ familie historie’] van …’ [7] Deze verklaringen staan allemaal vermeld na de gebeurtenis die ze beschrijven. Bovendien de gebeurtenissen in elk deel vonden allen plaats voor de dood van de individuen die worden genoemd. Met andere woorden het kunnen heel goed ondertekeningen of handtekeningen zijn. Dat is, colofon i.p.v. aanhef. [red.2]
Als dat zo is, dan zou het volgende een goede verklaring kunnen zijn. Adam, Noach, Shem en de anderen legden de gebeurtenissen die plaatsvonden gedurende hun leven vast op kleitabletten, [8] en gaven ze door van vader op zoon doorgaven via de lijn, Adam, Seth, … Noach, Shem …, Abraham, Isaak, Jacob etc. Onder de leiding van de Heilige Geest, selecteerde, bewerkte en compileerde Mozes deze verslagen, samen met zijn commentaar tot het boek Genesis. [9]
Dergelijke geschreven verslagen zouden veel hebben geholpen om de mondelinge overleveringen van de gebeurtenissen accuraat te houden. Ook de grote voorouderlijke overlap heeft daartoe bijgedragen. Met andere woorden, tussen Adam en Abraham waren er eigenlijk maar twee intermediairs nodig: Methusalem (of Lamech) en Shem.
De geneologische details van de aartsvaders wordt in de Bijbel drie keer weergegeven.
In Genesis hoofdstukken 5 en 11, 1 Kronieken 1 en Lukas 3. Laten we niet zeggen dat God geen belang hecht aan deze details. [10], [11], [12] Judas 14, refereert ook nog specifiek aan Enoch (‘de zevende van Adam’). Dit benadrukt nogmaals dat deze stambomen een nauwkeurig verslag zijn van de historie en dat we ze, net als de schrijvers uit het nieuwe testament, letterlijk moeten nemen. [13]
Die hoge leeftijden
1) Niets in de tekst suggereert dat zij niet historisch bedoeld zijn. 2) Hun orde van grootte wordt ondersteund door de Sumerische verslagen. 1 3) De Hebreeuwse manier om getallen (in woorden) te schrijven maakt de kans op kopieerfouten zeer klein. 4) Er is gesuggereerd dat elk ‘jaar’ eigenlijk een maand moest zijn. Hierdoor zou Methusalem bijvoorbeeld overlijden na 80 jaar. Maar deze ad hoc veronderstelling zonder tekstuele steun houdt het geen stand, aangezien enkele aartsvaders in hun vroege kinderjaren dan al vader geweest zouden zijn. 5) De interne samenhang blijkt op diverse plaatsen. Van de leeftijden die bij overlijden worden vermeld, kan men berekenen dat Methusalem precies in het jaar van zondvloed stierf.2 Als men de (feilbare) Septuagintvertaling gebruikt, zou zijn overlijden 14 jaar na de zondvloed plaats hebben gevonden terwijl hij niet aan boord van de ark was – een interne tegenspraak. De dramatische terugval van de hoge leeftijden vind slechts plaats vlak na de zondvloed wat verenigbaar is met de rampzalige effecten op de wereld en de bevolking. 6) Er is geen biologische barrière voor de hoge leeftijden, en er zijn overtuigende genetische verklaringen (naast milieufactoren) voor de verdere terugval.3 Referenties en aantekeningen1. De leeftijden van hun koningen voor de zondvloed lijken ook astronomisch. Wanneer we ons echter realiseren dat de Sumerische beschaving een zestigtallig stelsel gebruikten (geen tien), dan komen bij het overzetten van deze historische overleveringen de leeftijden aardig in de buurt van die van de aartsvaders in Genesis. Zie López, R., The antediluvian patriarchs and the Sumerian King List, CEN Tech. J. 12(3):347–357, 1998. 2. Sommigen commentators beweren dat de naam Methusalem afstamt van de stam muth (= dood, sterven) en shalach (= brengen of gezonden worden) zodat zijn naam de betekenis heeft van ‘Als hij dood is zal het gezonden worden’ – een profetische verwijzing naar het zondvloedoordeel. Als dat waar is, past het goed bij het feit dat hij de langst levende persoon was in de Bijbel, een teken van God’s enorme geduld en lijdzaam afwachten. 3. Wieland, C., Living for 900 years?, Creation 20(4):10–13, 1998 and Decreased lifespans: have we been looking in the right place? CEN Tech. J. 8(2):138–141, 1994. |
Referenties en aantekeningen
Originele Engelse tekst op: www.answersingenesis.org/creation/v25/i2/ancestors.asp