Samenvatting
Grote steenzout formaties, met pijlers die kilometers boven de basislaag kunnen verrijzen, worden wereldwijd op ieder continent gevonden. Vaak worden olie en gas vondsten geassocieerd met zoutdeposities. Deze zoutlichamen worden "evaporites" of indampingsgesteenten genoemd, aangezien wordt verondersteld dat ze zijn ontstaan door indamping uit zeewater. Het indampingsmodel echter, vereist verdamping van honderden kilometers diepe zeewaterniveaus en is totaal ontoereikend om de diktes, volumes, structuur en puurheid van zoutformaties te verklaren. Een waarschijnlijker model ziet de zoutlagen als het product van heet gesmolten haliet. Een dergelijk magma smelt op redelijke geologische temperaturen, stroomt bijzonder snel, en verklaart het ontstaan van steenkool, olie en gas. Een moderne analogie van een dergelijk magma wordt door de Ol Doinyo Lengay vulkaan geproduceerd in het noorden van Tanzania in de Grote Slenk, alhoewel op een veel kleinere schaal. Met dit vulkanische model worden de grote zoutformaties snel gedeponeerd in een hete, gesmolten fase, in een mechanisme dat past in de Bijbelse tijdsschaal van een jonge aarde.
bron: Evaporites-Sediments, Resources and Hydrocarbons ![]() De belangrijkste zoutformaties[9] tezamen met de Grote Slenk in Africa. |
Wereldwijde zoutformaties
Steenzoutformaties worden over de hele wereld op alle continenten aangetroffen. Ze liggen in de diepe ondergrond. Sommige formaties, zoals de zeer bekende permische Zechstein in Europa, de Jura Gulf Coast formatie in Amerika en de Mioceen Rode Zee en Perzische Golf deposities in het Midden-Oosten, hebben zoutpijlers die tot bijna 4 km hoog verrijzen boven de basiszoutlaag. Olie en gas worden veel gevonden onder zoutlagen.
De zoutstructuren bestaan hoofdzakelijk uit natriumchloride (tot 96% NaCl), aangevuld met een aantal andere zouten, zoals kaliumchloride (KCl) en magnesiumchloride (MgCl2). Deze worden hoofdzakelijk gevonden in dunne horizontale lagen in de kern van het zoutmassief [1]en niet aan de randen.
De algemeen aanvaarde verklaring voor het ontstaan van deze steenzoutdeposities is dat het zout is verdampt uit zeewater, vandaar de naam indampingsgesteente of "evaporites". Het indampingsmodel vereist de verdamping van immense hoeveelheden zeewater, een proces dat gepaard moet gaan met zeer lange perioden van tijd, veel langer dan de Bijbelse tijdschaal. Dientengevolge worden deze indampingsgesteenten gebruikt als een argument tegen de Bijbelse tijdlijnen en een jonge aarde.
Het basisidee was ontwikkeld door Ochsenius laat in de negentiende eeuw en wordt de zandbanktheorie genoemd. Hij bouwde zijn idee op inschattingen van zoutindampingsverschijnselen in de Kaspische Zee in 1877.[2] Zijn theorie beschrijft hoe zeewater over een zandbank spoelt in een grote ondiepe vallei. Dit begrensde oppervlak achter de zandbank wordt opgewarmd door de zon, waardoor de indamping en de depositie van het zout plaatsvindt. Deze ondiepe afgesloten zee, moet dan wel gelokaliseerd zijn in een gebied dat onderworpen is aan veel zonnewarmte waarbij de verdamping groter is dan de regenval.
Vanaf de zeventiger jaren uit de vorige eeuw tot voor kort raakten veel geologen ervan overtuigd dat de indampingsgesteenten waren gevormd in een vlak getijdengebied.[3] Maar voor zoutformaties met diktes tot 10 km zou het proces van bevloeien en verdampen zich tienduizenden malen moeten hebben herhaald.
Tegenwoordig wordt het ontstaan door zongedreven indamping hevig betwist.[4],[5] Een hete oververzadigde zout water oplossing is voorgesteld als ontstaansmechanisme, maar ook dit model is niet in staat om de reusachtige zoutmassieven te verklaren. Daarom wordt het mariene ontstaan nog steeds gedoceerd aan studenten en gepresenteerd aan bezoekers van zoutmijnen.
Maar de indampingstheorie heeft zeer grote problemen met het verklaren van de grote zoutformaties:
Vulkanisch ontstaan zoutformaties
James Hutton had een andere visie op de oorsprong van zoutformaties. Hij ontdekte concentrische cirkels in een zoutmijn in Cheshire (UK) in 1774 en concludeerde: "It is in vain to look, in the operations of solution and evaporation, for that which nothing but perfect fluidity of fusion can explain."[7] Oftewel, het is onzinnig om het oplossen en indampen te onderzoeken, voor iets dat enkel kan worden verklaard uit een dun vloeibare gesmolten massa.
Een dergelijk vulkanisch ontstaan van de zoutdeposities kan goed worden aangetoond:
| Mineralen zoals gevonden in de zoutformaties | Smeltpunt | Kookpunt | |
| Haliet | NaCl | 801°C | 1461°C |
| Sylviet | KCl | 776°C | 1500°C |
| Magnesiumzout | MgCl2 | 714°C | 1412°C |
| Carnallite | KMgCl3.6H2O | 117°C | NA |
| Bischofite | MgCl2.6H2O | ND | NA |
Diagenese van zout na originele depositie
Tijdens het koelen van het massief in vaste vorm zal de zoutformatie onderhevig zijn aan thermische spanningen die scheuren veroorzaken. Bovendien kan zout gaan vloeien onder tektonische krachten. Des te hoger de temperatuur, des te minder weerstand het zout heeft tegen kruip.
De zoutformatie in de Danakil woestijn laat een andere vorm van diagenese zien. Het oppervlak van deze woestijn is 120 m beneden zeespiegel, waardoor de grondwaterdruk waterstromen perst door scheuren in het 5 km dikke massief. Door de interactie tussen het grondwater en het zout ontstaan op het oppervlak thermale bronnen van verzadigd zout water.
Conclusies
De enorme zoutformaties zoals wereldwijd aangetroffen, zijn niet het resultaat van het indampen van zeewater gedurende lange tijdsperioden. Meer verklarend is een ontstaan uit gesmolten halietmagma bij temperaturen boven de 800 °C. Het indampingsmodel dat verdamping van honderden kilometers diepe waterhoeveelheden veronderstelt, is volkomen inadequaat en verklaart niet de dikte, het volume, de structuur of de puurheid van de zoutformaties. Een oorsprong vanuit grote gesmolten zout magma's verklaart deze feiten echter wel. Tevens past dit vulkanische mechanisme in het Bijbelse jonge aarde model.
Over de auteur
Stef Heerema is een Nederlandse bachelor vliegtuigbouwkundig ingenieur. Hij was betrokken bij de installatie van een zoutbad voor warmtebehandeling. Ook was hij verkoper van stoom installaties. Later werkte hij bij Urenco (Uranium verrijking) en is enige tijd gedetacheerd geweest naar het Verenigd Koninkrijk. Vanuit zijn ingenieursbureau (ME Manufacturing Engineers BV) onderzocht hij de mogelijkheid van een nieuw te exploiteren zoutmijn. Hij is publiek spreker over zoutformaties en heeft het boek 'De Revolutietheorie' geschreven. Dit te verschijnen boek laat zien dat de wereldwijd verspreide zoutpijlers kunnen worden verklaard door de interactie tussen het gesmolten zoutmagma en het water van de oervloed.
Referenties en aantekeningen
© 2009 Answers in Genesis
COPYRIGHT Mediagroep In Genesis © 2009