Gesteld voor het dilemma tussen het gelijk van de Bijbel of het gelijk van de wetenschap kiest wetenschapsjournalist en bioloog René Fransen* volgens Frans Gunnink voor de platgetreden (en gevaarlijke) derde weg, namelijk het niet meer letterlijk nemen van de eerste hoofdstukken van Genesis als de beschrijving van de scheppingsgeschiedenis.
*(voor zijn artikel, zie onderaan dit artikel)
Zoals veel christenen vandaag de dag lijkt René Fransen in zijn artikel in het Nederlands Dagblad van 20 augustus in verwarring te zijn gebracht door de aanhoudende claim van de 'wetenschap' op de waarheid. Daarbij maakt hij enkele cruciale fouten. Zo ziet hij een tegenstelling tussen de wetenschap en de Bijbel. Maar die tegenstelling is er niet. Wat er wel bestaat, is een scherpe tegenstelling tussen de heersende oorsprongstheorieën van het merendeel van de hedendaagse wetenschappers en de aloude opvatting die de Bijbel in de eerste hoofdstukken van Genesis verkondigt.
Bijbel
Er is geen tegenstelling tussen wetenschap en de Bijbel, maar wel tussen wetenschappers die de Bijbel wél of níet als Gods volledige en geopenbaarde waarheid accepteren. In dit debat over de oorsprong is het voor christenen van cruciaal belang om te beseffen dat wetenschap niet 'waardenvrij' is. Elke wetenschapper kijkt als het ware door een gekleurde bril. Wat je uitgangspunt daarbij is, bepaalt voor een deel de uitkomsten van het wetenschappelijk onderzoek van de persoon in kwestie.
Om de critici voor te zijn: nee, dat geldt niet voor die vorm van wetenschap die gebaseerd is op herhaalbare experimenten (de empirische wetenschap) en die de mensheid grote vooruitgang heeft gebracht in bijvoorbeeld de medische wetenschap, computers en ruimtevaart. Maar die subjectieve uitkomsten gelden wel voor de 'historische wetenschap' die kijkt naar het verleden en daar uitspraken over doet, zoals geologie, paleontologie en een deel van de evolutionaire biologie.
Een voorbeeld. Toen de Nederlandse paleontoloog Eugene Dubois in 1886 op weg ging naar Java, ging hij daar heen met een duidelijk doel: de ontbrekende tussenvorm tussen aap en mens zoeken. Dat paste binnen zijn evolutionaire wereldbeeld en op die basis bedreef hij zijn wetenschap. Hij interpreteerde zijn vondsten dienovereenkomstig.
Een christen-wetenschapper die op diezelfde plek zou hebben gegraven en in zijn wereldbeeld zou zijn uitgegaan van het voluit Bijbelse standpunt van schepping van de basissoorten in het recente verleden, zoals beschreven in Genesis, zou diezelfde schedels als Dubois hebben kunnen vinden. Maar dat zouden in zijn onderzoek dan schedels van ofwel apen ofwel mensen zijn geweest, maar geen tussenvormen.
Suggestief
Fransen gaat in zijn argumentatie op sommige punten op een suggestieve manier te werk. Hij beschuldigt christenen die vasthouden aan een letterlijke interpretatie van de Bijbel er indirect van 'de wetenschap onder het juk van hun Bijbelinterpretatie te leggen' en 'het gevaar te lopen de Bijbel te misbruiken en te onteren'.
Die teneur komt nog een paar keer terug. Het creationisme wordt met één pennenstreek afgedaan door met een enkel extreem voorbeeld de volledige creationistische literatuur aan de kant de schuiven, om vervolgens in sneltreinvaart te concluderen dat er 'sterk bewijs is voor de evolutietheorie en creationistische alternatieven niet overtuigen'. Daarmee doet hij het serieuze werk van creationistische organisaties als het ICR, Creation Ministries International en AIG absoluut geen recht. Zij zijn namelijk nauw betrokken bij hedendaags creationistisch-wetenschappelijk onderzoek van het hoogste niveau.
Fransen sluit vervolgens af met de impliciete conclusie dat alleen wie Genesis niet meer letterlijk neemt, in staat is als christen volop deel te nemen aan het wetenschappelijk debat en invloed uit te oefenen. Alsof er nu niet vele honderden gepromoveerde christen-wetenschappers zijn die wereldwijd wezenlijke bijdrages leveren aan hun vakgebied, maar tegelijkertijd openlijk vasthouden aan een 'orthodoxe' Bijbelopvatting van een jonge aarde en een schepping in zes letterlijke dagen.
Problemen
In het artikel worden een paar problemen aangeduid die een nadenkende lezer zou kunnen hebben bij het letterlijk nemen van de eerste hoofdstukken van Genesis (het licht op de eerste dag en het benoemen van de dieren door Adam). Maar die problemen verbleken bij wat opdoemt aan problemen voor wie evolutie en de Bijbel probeert te combineren. Wat doe je bijvoorbeeld met het Bijbelse gegeven dat de dood door Adam in de wereld is gekomen ten tijde van de zondeval. In de evolutietheorie is dood en lijden een 'scheppend proces' waardoor de vooruitgang is gekomen, en past geen letterlijke Adam. Dat staat diametraal op het Bijbelse getuigenis dat de dood de laatste vijand is en dat Christus de tweede Adam is die die dood heeft overwonnen.
Tot slot: een correcte waarneming van Fransen is dat mensen feilbaar zijn in hun opvattingen. De vraag die we ons dan ook moeten stellen is de volgende: waaraan wilt u - als mens die beperkt is - uw geloof hechten: de feilbare meningen van mensen, wetenschappers van welke achtergrond dan ook, of het Woord van God dat volgens eigen getuigenis één is met Jezus Christus zelf. Het getuigenis van de Bijbel is duidelijk: een schepping in zes dagen, volgens de geslachtsregisters enkele duizenden jaren geleden, met onder meer een letterlijke Adam, Noach en een wereldwijde zondvloed. Volgens het Nieuwe Testament zijn we niet in slecht gezelschap als we vasthouden aan die overtuiging. Want waren Here Jezus, de schrijvers van de Evangeliën en iemand als Paulus niet ook die mening toegedaan? Kijk maar eens naar het geslachtsregister in het derde hoofdstuk van Lucas, de uitspraken van Jezus in Matteüs 19:4, Johannes 3:12 en de teksten van Paulus in Romeinen 5:15 en Kolossenzen 2:8.
Frans Gunnink is lid van de Werkgroep In Genesis. (nu Mediagroep In Genesis)
ND 20-8-2007
Evolutie en de hand van God
door René Fransen
God is de Schepper van de aarde en alles wat daarop leeft, inclusief de mens. Voor wie de Bijbel serieus neemt, valt daar niet aan te tornen. Diezelfde Bijbel leert ons ook dat God betrouwbaar is, een God van orde. Diezelfde orde vinden we terug in de schepping: seizoenen op hun tijd, de ordelijke rondgang van zon, maan en sterren enzovoorts. Dit geloof in een ordelijke schepping was een van de factoren die de opkomst van de moderne wetenschap in het Westen heeft gestimuleerd. De wetenschap bestudeert Gods schepping, en probeert die te omschrijven in 'natuurwetten'.
Aangezien God de 'auteur' is van zowel de Bijbel als de schepping, zou er geen conflict tussen theologie en wetenschap moeten zijn. Toch lijkt er zo'n conflict te bestaan wanneer het gaat om de oorsprong van de mens. Is deze geformeerd van stof uit de aardboden, of ontstaan via een evolutionair proces? Heeft de Bijbel gelijk, of de wetenschap?
Het is belangrijk te beseffen dat theologie en wetenschap allebei worden bedreven door feilbare mensen. In de huidige discussie over schepping of evolutie ontbreekt deze bescheidenheid nogal eens. Wetenschappers doen, op basis van hun observaties van de natuur, vergaande uitspraken over bijvoorbeeld de zin van het leven. Daarmee overschrijden zij de grens van wat de wetenschap kan zeggen. En als gelovigen proberen de wetenschap onder het juk van hun Bijbelinterpretatie te leggen, lopen zij het gevaar de Bijbel te misbruiken en te onteren. Augustinus waarschuwde er al voor, dat we niet te snel wetenschappelijke uitspraken uit de Bijbel moeten afleiden: wanneer de wetenschap deze uitspraken vervolgens ontkracht, werpt dat een smet op Gods Woord.
Oplossingen
In het conflict over schepping of evolutie zijn er drie mogelijke oplossingen: de wetenschap heeft het bij het verkeerde eind, de Bijbel klopt niet, of onze interpretatie van de Bijbel is onjuist. Dat laatste is vaker gebeurd. In de zestiende eeuw hadden astronomen met behulp van de eerste telescopen vastgesteld dat de planeet Saturnus groter is dan de maan. Maar dat zou volgens sommige theologen ingaan tegen de Bijbelse 'claim' dat de zon en maan de twee 'grote lampen' zijn, dus de grootste hemellichamen. Calvijn schreef naar aanleiding hiervan dat de Bijbel geen sterrenkundeboek is, en dat theologen de feiten van de wetenschap moesten accepteren.
Wat zijn de feiten over evolutie en schepping? In tegenstelling tot wat veel boeken en publicaties in de christelijke boekhandel suggereren, is er veel bewijs voor een evolutionaire ontwikkeling van het leven op aarde. De evolutietheorie kent allerlei problemen, maar verklaart ook een heleboel waarnemingen, zoals de verdeling van fossielen in de aardlagen, de verspreiding van soorten op aarde en de overeenkomsten in erfelijk materiaal (DNA).
Creationisme
Daartegenover staat het 'wetenschappelijk creationisme', dat wil aantonen dat er geen evolutie kan hebben plaatsgevonden. Maar creationistische publicaties komen al decennia met dezelfde voorbeelden om de evolutietheorie te ontkrachten, vaak zonder aan te geven dat veel van die voorbeelden al lang weerlegd zijn. Kenmerkend is bijvoorbeeld het hoofdstuk over evolutie in het boek Moderne wetenschap in de Bijbel van Ben Hobrink. Om te onderstrepen dat via mutaties nooit nieuw erfelijk materiaal kan worden bijgemaakt, citeert hij 'Eén van de grootste autoriteiten op het gebied van mutaties, een evolutionist, (die) schrijft: ,,Meer dan 99 procent van de mutaties zijn schadelijk''.' (blz 180) Wie de moeite neemt om achter in het boek de bron van dit citaat op te zoeken, ontdekt dat het uit 1950 komt! Dat is nog voor de ontdekking van de structuur van DNA en het ontcijferen van de genetische code. Andere argumenten tegen evolutie die Hobrink noemt, zoals de tweede hoofdwet van de thermodynamica of het voorkomen van rechtopstaande boomfossielen in kolenlagen, zijn al lang geleden ontkracht.
Symbolisch lezen
Er is sterk bewijs voor de evolutietheorie, en de creationistische alternatieven overtuigen niet. De wetenschap overboord gooien lijkt geen alternatief, de autoriteit van de Bijbel wegdoen ook niet. Dan resteert de derde optie: de letterlijke lezing van Genesis herzien. Is daar aanleiding toe? Ik denk het wel. Lezing van de eerste hoofdstukken van Genesis als een feitelijk verslag (over het 'hoe' van de schepping) is niet de enige manier. Sterker nog, kerkvaders als Origenes en Augustinus pleitten al voor een (deels) symbolische lezing, die meer het 'waarom' dan het 'hoe' van de schepping bevat.
Lezing als een letterlijk verslag levert problemen op, zoals de vraag waar het licht van de eerste scheppingsdag vandaan komt, of hoe Adam op de middag van de zesde dag alle dieren een naam kon geven voor de schepping van Eva. Daarnaast toont onderzoek van Mesopotamische scheppingsverhalen uit de ontstaanstijd van het boek Genesis aan, dat het Bijbelse scheppingsverslag een sterke polemiek voert tegen deze geschriften. Waar de Babylonische goden tegen zeemonsters moesten vechten om de heerschappij, is God de Schepper van de grote zeedieren c.q. ¬zeemonsters. Waar de zon en maan in Babel goden waren, zijn het in de Bijbel gewoon twee lampen, bedoeld om de mens te helpen. Dergelijke inzichten raken ondergesneeuwd wanneer we de scheppingsverhalen als een journalistiek verslag lezen.
Ruimte
Zou evolutie de manier kunnen zijn waarop God het leven geschapen heeft? Feit is dat sinds de publicatie van Darwins 'Oorsprong der soorten' tal van christenen (onder wie wetenschappers én theologen) dit hebben geaccepteerd. Het lijkt mij ook zeker mogelijk. We geloven dat God ieder kind weeft in de moederschoot (Psalm 139), maar verwerpen daarmee de kennis van verloskundigen en artsen over de ontwikkeling van het embryo niet. Zou God niet, net als een ouderpaar, vol verwachting kunnen hebben gekeken naar een wereld waarin het leven opbloeide en zich ontvouwde, geleid door de natuurwetten van de Schepper?
Wanneer we dit beeld accepteren ontstaat er ruimte voor christenen om volop deel te nemen aan het wetenschappelijke debat en daar ook daadwerkelijk invloed op uit te oefenen. Dat zou de wetenschap zeker ten goede komen.
René Fransen is bioloog en wetenschapsjournalist. Dit is een samenvatting van de gelijknamige lezing die hij afgelopen zaterdag hield op het Xnoizz Flevo Festival.