Voorzichtig met het ‘zachte weefsel’
Nederlands Dagblad, 5 augustus 2008

door Frans Gunnink

VRIJPLAATS

Het ‘zachte weefsel’ dat drie jaar geleden op enkele botten van een Tyrannosaurus Rex werd gevonden, blijkt niet van bloed en spieren, maar van een vervuiling te zijn. Dat concludeert René Fransen in het Nederlands Dagblad van donderdag 31 juli*. Maar zijn conclusies worden wel snel getrokken.

*(zie onderaan deze tekst, voor zijn artikel)

ND-wetenschapsjournalist René Fransen gaat afgelopen donderdag wel heel kort door de bocht in zijn voorpagina-artikel ‘‘Zacht weefsel’ dinobot blijkt vervuiling’.

Met twee of drie pennenstreken verwijst hij de vondst uit 2005 van bloedvaten en zacht weefsel in dinosauriërs naar de prullenbak, als ware het een domme fout geweest.

Nadrukkelijk noemt Fransen in de eerste alinea van het artikel dat de vondst van een paar jaar geleden koren op de molen was van christenen die vasthouden aan een orthodoxe visie op de Schrift, omdat dit het bewijsmateriaal zou kunnen vormen voor een veel jongere leeftijd van de dinosauriërs (namelijk enkele duizenden jaren, in plaats van tientallen miljoenen jaren) en daarmee een ‘bewijs’ tegen de evolutie.

Wie de internationale media nazoekt op deze ontdekking, moet heel erg goed kunnen zoeken, om een bericht terug te kunnen te vinden. Alleen de specifieke wetenschapsmedia en -katernen besteedden er enige aandacht aan. Maar de terminologie die daar gehanteerd wordt is veel zorgvuldiger dan Fransen.

Doordat het ND kiest voor termen als ‘blijkt’ en ‘het gaat om’ worden conclusies getrokken die wetenschapsjournalisten zelf niet wagen te trekken. Zij beschrijven de vondst als ‘might possibly be’, ‘may have been’, ‘contend’ (betoogt). Zelfs National Geographic spreekt redelijk neutraal over ‘Dinosaur slime sparks debate over soft-tissue find’.

Monddood

In tegenstelling daarmee schetst het artikel van Fransen het beeld van een onomstoten weerlegging waarmee een van de meest opmerkelijke paleontologische vondsten uit deze eeuw tot nog toe, wordt afgevoerd door de achterdeur. En en passant (of doelbewust?) worden creationisten en anderen van evolutie monddood gemaakt.

In het artikel ontbreekt volledig de notie dat dit inderdaad een nieuwe vondst is, waardoor (zoals zo vaak in de wetenschap) er nu twee tegenovergestelde visies bestaan. Hans-Dieter Sues, paleontoloog bij het National Museum of Natural History in Washington, zegt: ,,Ik denk dat we nu twee heel interessante alternatieve hypotheses hebben. En om eerlijk te zijn, op dit punt, ik weet niet waar ik mijn geld op zou zetten.”

Het Nederlands Dagblad lijkt kleur te bekennen met deze eenzijdige benadering in een voorpagina- artikel. Dat is jammer voor een christelijke krant die pretendeert te willen waken voor ‘ideologisering’ van welke kant ook. Het zou goed zijn dat de schrijver en redacteuren die betrokken zijn geweest bij het onderhavige artikel dit nog eens tegen het licht hielden en bekijken of zij hun eigen mening over de historische interpretatie van het Bijbelse scheppingsverhaal niet te veel hebben laten doorspelen in dit artikel, zowel in opbouw, stijl en woordgebruik alsook het gewicht dat dit nieuwsfeit krijgt door plaatsing op de voorpagina.

De vondst van weefsel en bloedvaten in dinosauriërbotten is de afgelopen jaren voor creationisten inderdaad een krachtig argument tegen de tientallen miljoenen jaren die nodig zijn voor de (vermeende) evolutie. Maar zelfs al zou het nieuwe onderzoek de vondst van zacht weefsel ontkrachten, dan nog is er voldoende bewijsmateriaal voor een jonge aarde en een wereldwijde zondvloed. Om te beginnen, het Woord van God, dat op zichzelf zelf geen enkele aanwijzing biedt voor miljoenen jaren.

Over de feitelijke inhoud en waarde van het nieuwe onderzoek valt nog meer te zeggen.

Later deze maand zal op onze website (www.scheppingofevolutie. nl) een eerste reactie verschijnen op de wetenschappelijke bevindingen van dit onderzoek.

Frans Gunnink is verbonden aan de mediagroep In Genesis

ND 31-8-2008

‘Zacht weefsel’ dinobot blijkt vervuiling

door René Fransen

In 2005 werd ‘zacht weefsel’ aangetroffen in dinobotten. Volgens creationisten een bewijs tegen de evolutie. Maar het ‘zachte weefsel’ blijkt een bacteriële vervuiling.

SEATTLE – De vondst van zacht weefsel in fossiele botten van een Tyrannosaurus rex was in 2005 groot nieuws. De botten waren naar schatting 68 miljoen jaar oud en het was de vraag hoe het zachte weefsel al die tijd intact kon blijven. Creationisten stelden dat het zachte weefsel een bewijs was dat de fossielen nooit miljoenen jaren oud konden zijn.

Gisteren publiceerden Amerikaanse onderzoekers in het internettijdschrift PLoS ONE dat het niet gaat om echt dinosaurusweefsel, maar om vervuiling door bacteriën. Die hebben zich in de holle botten gevestigd en daar een ‘biofilm’ afgezet, een plakkerige laag die veel bacteriën voor hun eigen bescherming aanleggen. Bekende voorbeelden zijn tandplak en de glibberige laag die na een tijdje in een emmer water ontstaat.

De onderzoekers van Washington University in Seattle schrijven dat het zachte weefsel oorspronkelijk gevonden zijn door het bot eerst op te lossen in zuur Het zachte weefsel bleef dan achter. In het nieuwe onderzoek zijn eerst met behulp van een elektronenmicroscoop opnamen gemaakt van fossiele botten uit van verschillende diersoorten en uit verschillende aardlagen. Daarbij vonden ze structuren in het bot aan, die hier en daar loslieten. Die kwamen overeen met wat de onderzoekers verwachten van een biofilm.

In 2007 meldden onderzoekers dat zij fragmenten van het eiwit collageen (bindweefsel) in het fossiele ‘zachte weefsel’ hadden gevonden. Maar volgens het team van Kaye kan collageen ook door bacteriën worden aangemaakt.

Datering met behulp van de koolstof-14 methode liet ten slotte zien dat het zachte materiaal in de fossielen vermoedelijk zo’n vijftig jaar oud was.

 

nieuwsoverzicht