Waar komen de aarde, het leven en de fossielen vandaan? De evolutietheorie heeft daar het antwoord niet op. Dat blijkt uit de wetenschappelijke feiten, die verschillende vooraanstaande onderzoekers aan het twijfelen hebben gebracht aan de juistheid van deze theorie.
Nieuwe informatie ontstaat niet spontaan
Een meisje geeft een kikker een kus. Volgens een sprookje moet de kikker nu in een prins veranderen. Maar nee, de kikker springt kwakend in het water en transformeert niet in een prins. Met deze scène opent de dvd ”Van kikker naar prins”.
De centrale vraag in de video is: kunnen toevallige mutaties en natuurlijke selectie op de lange termijn nieuwe soorten voortbrengen? De Britse hoogleraar zoölogie en godloochenaar Richard Dawkins meent van wel. Maar de Duitse informatiedeskundige prof. Werner Gitt stelt dat daarvoor intelligentie nodig is. „Evolutionaire processen kunnen nooit nieuwe informatie voortbrengen. Er is een ontwerper nodig. Evolutie is een onmogelijk proces.” Creationist en bioloog Don Batten heeft waargenomen dat paarden alleen paarden voortbrengen en honden alleen honden.
Volgens Dawkins kan evolutie wel plaatshebben in heel kleine stapjes. De Israëlische biofysicus dr. Lee Spetner is het daarmee oneens. „Het is onwaarschijnlijk dat veel kleine stapjes leiden tot evolutie. Mutaties -ook de nuttige- leiden altijd tot informatieverlies. Nieuwe informatie kan niet spontaan ontstaan.” Als Dawkins wordt gevraagd naar een voorbeeld waarbij mutatie leidde tot meer informatie, weet hij daar -na lang stilzwijgen- geen antwoord op.
De Nieuw-Zeelandse moleculair bioloog en agnost dr. Michael Denton loopt tegen grote problemen aan als hij met de evolutietheorie complexe systemen, zoals het oog, wil verklaren. „Evolutie werkt gewoon niet. Tussenvormen sterven uit omdat ze niet kunnen overleven. Alleen met een Schepper kun je de aanwezigheid van al het leven verklaren.”
N.a.v. ”Van kikker naar prins”; uitg. Mediagroep in Genesis, 2008; Engels gesproken, Nederlands ondertiteld; ISBN 978 9057 982 65 1; dvd 28 min.; € 8,95.
Het verhaal dat niet is verteld
De dvd ”Life’s story” laat de beelden hun verhaal vertellen. De onderwaterwereld bij de Bermuda-eilanden bijvoorbeeld vertoont een schitterende symbiose tussen koralen en papegaaivissen. Dergelijke afhankelijke relaties kunnen niet geëvolueerd zijn. De tussenvormen kunnen immers niet zelfstandig overleven.
Dolfijnen hebben een zogenaamd blaasgat achter hun kop. Dat moet vanaf de eerste dolfijn compleet zijn geweest, anders kon het dier onder water niet overleven. Ook verliest een dolfijn twaalf keer per dag zijn huidcellen, die zorgen voor smering van zijn huid. Hoe kan een dier met eigenschappen die hem zo geschikt maken voor het waterleven ooit zijn ontstaan uit een soort koe?
Ook de voortbeweging van vissen is uniek. Uitgaande van de evolutie zouden alle vissen hetzelfde voortbewegingssysteem moeten hebben. De handigste manier van voortbewegen overleeft immers. Maar dat blijkt niet het geval. Instincten bij dieren ontkrachten eveneens de evolutiegedachte. Als de angst van een gnoe voor een leeuw moest evolueren, was het dier uitgestorven voordat het instinct ontwikkeld kon zijn.
Beroemde geleerden als Lord Kelvin, Thomas Edison, Michael Faraday en James Maxwell hebben bevestigd dat er overal in de natuur sprake is van een ontwerp. „Er zijn overweldigend sterke bewijzen voor een intelligent ontwerp die we rondom ons aantreffen”, aldus Kelvin. Maxwell stelde: „Er is geen evolutie mogelijk die de gelijkvormigheid van moleculen kan verklaren, omdat de evolutie voordurende verandering impliceert.” Hij nam juist een treffende eenvormigheid waar bij de moleculen die hij kende.
N.a.v. ”Life’s story. Het verhaal dat niet verteld is”; uitg. Johannes Multimedia, 2008; Engels gesproken, Nederlands ondertiteld; ISBN 978 9057 982 02 6; dvd 56 min.; € 19,95.
Het bewijs dat evolutie niet waar is
Mutaties en natuurlijke selectie leiden altijd tot genetische verarming, stelt de dvd ”Bestaat er bewijs voor macro-evolutie?”. Zo ruiken honden minder goed dan wolven en hebben teckels erg korte poten. Suikerbieten die geselecteerd zijn op opbrengst zijn vaak gevoeliger voor plagen en ziekten.
De dvd maakt onderscheid tussen micro- en macro-evolutie. Bij micro-evolutie of horizontale evolutie ontstaan nieuwe varianten binnen de soort. De soorten zelf veranderen niet. Voor deze vorm van evolutie -beter is te spreken over natuurlijke selectie- is afdoende wetenschappelijk bewijs. Bij verticale of macro-evolutie zouden volledig nieuwe soorten ontstaan. Maar dit is niet aangetoond. De wetenschappelijke gegevens spreken deze vorm zelfs tegen.
Macro-evolutie-ideeën hebben politieke schaduwzijden. Ernst Haeckel formuleert een evolutionistische rassenvisie, waarin „allen tegen allen strijden.” Het Arische ras stelde hij voor als superieur ten opzichte van het inferieure Joodse. De evolutionist Hitler dacht de evolutie een handje te helpen door inferieure rassen uit te roeien om het superieure ’Arische ras’ te bevoordelen.
Het is opmerkelijk dat de inmiddels bewezen erfelijkheidsleer van Gregor Mendel in de wetenschappelijke wereld lange tijd niet serieus werd genomen. In de atheïstische Sovjet-Unie zijn wetenschappers die daar toch mee werkten, vervolgd en vermoord. Maar ook in Europa hebben evolutionisten lang geprobeerd deze wet te verdonkeremanen.
Voor Nobelprijswinnaar Karl von Frisch was het duidelijk. „Met mutatie en selectie alleen kunnen ontwikkelingen in de levende natuur absoluut niet verklaard worden.” De kennisbron voor het ontstaan van het leven -de Bijbel- is in de meeste natuurwetenschappelijke bibliotheken niet te vinden.
N.a.v. ”Bestaat er bewijs voor macro-evolutie?”; uitg. De Oude Wereld, 2008; Duits gesproken, Nederlands ondertiteld; ISBN 978 9057 982 55 2; dvd 45 min.; € 19,95.
Mutaties halen Darwin onderuit
Dr. Terry Mortenson toont in twee interactieve lezingen op de dvd ”Had Darwin gelijk?” hoe evolutionisten omgaan met feiten en hun vooronderstellingen.
In zijn eerste lezing bespreekt wiskundige en theoloog Mortenson hoe evolutionisten fossielen gebruiken om de zogenaamde evolutieboom te onderbouwen. Deze boom is een weergave van de veronderstelde evolutie van alle soorten planten en dieren uit het eerste eencellige organisme.
Het uitgangspunt van evolutionisten is dat alles materieel verklaard kan worden. Natuur en materiaal zijn alles wat bestaan. Tijd, toeval en natuurwetten zijn genoeg om alles te verklaren.
Volgens Mortenson gaat het om twee kernvragen: Hoe ontstond het eerste desoxyribonucleïnezuur (DNA), dat codeert voor alle erfelijke eigenschappen? Hoe kon DNA veranderen tot alle soorten die we nu kennen? Hij citeert de evolutionist Paul Davies, die zegt: „Niemand weet hoe chemicaliën zijn geëvolueerd tot levende wezens.”
Maar stel dat het wel gebeurd is? Dan moeten er fossiele overgangsvormen zijn, die alle huidige soorten kunnen verklaren. Evolutionist Jay Gould beweert: „Overgangsvormen zijn extreem zeldzaam.” „Sommige organismen, zoals de blauwgroene alg, zijn in de veronderstelde 3,5 miljard jaar niets geëvolueerd”, aldus Mortenson.
In het tweede deel stelt de Amerikaanse creationist dat evolutie niet verklaard kan worden vanuit natuurlijke selectie en toevallige mutaties. Natuurlijke selectie en mutaties zijn een feit. Ze leiden echter altijd tot informatieverlies of degeneratie, terwijl evolutionisten beweren dat deze processen juist nieuwe informatie genereren.
Het kernprobleem in gesprekken met evolutionisten is volgens Mortenson dat natuurlijke selectie wel de overleving, maar niet de oorsprong van de sterkste verklaart.
N.a.v. ”Had Darwin gelijk?”; uitg. Mediagroep in Genesis, 2008; Engels gesproken, Nederlands ondertiteld; ISBN 978 9057 982 70 5; dvd 68 min.; € 9,95.
Zondvloed rekent af met miljoenen jaren
Op de dvd ”De zondvloed. Afrekenen met miljoenen jaren” bespreekt dr. Terry Mortenson de vier meest voorkomende visies op de geologie. Het blijkt dat de opvattingen die uitgaan van miljoenen jaren pas na 1800 opkomen door de inspanningen van de naturalistische geologen Cuvier en Smith.
Volgens Mortenson is er geen enkele reden om de Bijbelse visie niet serieus te nemen. Sterker nog, de Bijbel biedt volgens hem een veel betere verklaring van de ontstaansgeschiedenis van de aardlagen dat de atheïstische visie, die uitgaat van miljoenen jaren. De aardlagen zijn namelijk snel gevormd. Fossielen die erin gevonden zijn, waren soms aan het eten of kregen een jong.
Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat een fossiel kan ontstaan binnen enkele dagen tot weken. Ook blijkt dat de aardlagen in bijvoorbeeld de Grand Canyon in de VS zeer snel zijn gevormd.
Van de ark nemen wetenschappers vaak zonder nader onderzoek aan dat deze nooit alle dieren kon bevatten. Mortenson bewijst door middel van een eenvoudige berekening dat het wel degelijk mogelijk was dat alle dieren naar hun aard in de ark een plaats konden vinden. Er was nog voldoende ruimte over voor bijvoorbeeld voedsel.
Het verschil in vooronderstellingen -Bijbels of naturalistisch- leidt volgens Mortenson tot een verschil in opvatting over de ouderdom van de aarde en de vorming van aardlagen. Als Genesis 1 tot 11 letterlijk opgevat wordt, is de aarde ruim 6000 jaar oud en had er 1600 jaar na de schepping een wereldwijde zondvloed plaats. De atheïstische vooronderstelling moet het Godsbestaan ontkennen, en het ontstaan van de aarde en de aardlagen toeschrijven aan miljoenen jaren.
N.a.v. ”De zondvloed. Afrekenen met miljoenen jaren”; uitg. Mediagroep in Genesis, 2008; Nederlands ondertiteld; ISBN 978 9057 982 66 8; dvd70 min.; € 9,95.
Glijden op een hellend vlak
Op de dvd ”Millions of years, where did idea come from?” constateert dr. Terry Mortenson dat de miljoenen jaren bij de geologie al onderwezen werden voor Darwin.
Tot het jaar 1800 gold de op de Bijbel gefundeerde visie op de ouderdom van de aarde als algemeen geldende norm. Maar nieuwe ideeën kwamen op. De Fransman Comte de Buffon speculeerde in 1778 in zijn boek ”Epos van de natuur” over de ouderdom van de aarde, die volgens hem 78.000 jaar besloeg. Zijn landgenoot Pierre Laplace formuleerde in 1792 de nevelhypothese, waarmee deze astronoom het ontstaan van het zonnestelsel wilde aantonen. Hij ging uit van een periode langer dan 6000 jaar.
Jean-Baptiste Lamarck, eveneens afkomstig uit Frankrijk, stelde in 1809 een biologische evolutie voor. De wetenschappers waren er toen nog niet rijp voor en verwierpen zijn ideeën grotendeels. De zoöloog ging eveneens uit van een lange periode.
Zo volgt de ene wetenschapper de andere en de ideeën raken steeds verder van het Bijbelse spoor af. Opmerkelijk is dat deze wetenschappers zonder uitzondering bedekt of open deïst of atheïst zijn. Ze denken vanuit een -vermeend onbevooroordeeld- naturalistisch uitgangspunt, en willen daarom geen rekening houden met wat de Bijbel zegt.
In de Anglicaanse Kerk zijn de miljoenen jaren ingevoerd onder invloed van de geoloog en deïst Charles Lyell. Pogingen om Genesis 1 tot 11 in overeenstemming te brengen met de destijds heersende wetenschappelijke opvattingen resulteerden in de gaptheorie (er is een lange periode tussen Genesis 1:1 en 1:2) en in de dag-periodetheorie (elke scheppingsdag duurt miljoenen jaren) zonder de rest van de Bijbel aan te passen.
Volgens Mortenson sla je daarmee het fundament onder het Evangelie weg: De schepping als beeld van de herschepping valt weg; een huwelijk is niet noodzakelijk tussen man en vrouw; en als de eerste Adam geen historisch persoon is, is Christus als tweede Adam ook niet meer noodzakelijk.
Theoloog Henry Cole uit 1834 voorzag dat als de historiciteit van de Bijbel ter discussie wordt gesteld, de theologie en de moraal zullen volgen. Volgens Mortenson heeft hij gelijk gekregen.
Uit de wetenschapsgeschiedenis toont Mortenson aan dat mensen die uitgaan van een oude aarde op termijn de theïstische evolutie omarmen en nog later afscheid nemen van de Bijbel. Het klinkt als een waarschuwing aan degenen die op dat spoor zitten.
N.a.v. ”Millions of years, where did they come from?”; uitg. Answers in Genesis; Engels gesproken; dvd 65 min.; $ 12,99.